Peter Thiel sprak in Parijs over de Antichrist
Hoe een libertaire tech-miljardair democratie, regulering en gelijkheid als een apocalyptisch gevaar beschouwt
Achter gesloten deuren, diep in het hart van Parijs, vond op maandag 26 januari 2026 een ontmoeting plaats die nauwelijks publiek was aangekondigd. Peter Thiel, libertair tech-miljardair en ideoloog van Silicon Valley, was te gast bij de Académie des sciences morales et politiques, een onderdeel van het Institut de France. Thema van de besloten bijeenkomst: de toekomst van de democratie.
Dat die uitnodiging tot onrust leidde binnen het Institut zelf, is nauwelijks verrassend. Zelfs de kanselier van het Institut werd pas op het laatste moment ingelicht. Niet omdat Thiel als medeoprichter van PayPal en grondlegger van Palantir Technologies slechts een succesvolle ondernemer is, maar omdat hij openlijk twijfelt aan de legitimiteit van democratie als bestuursvorm.
Volgens een spreeknota die Le Monde kon inkijken, stelde Thiel zich voor als “een gematigd orthodox christen en een nederige klassieke liberaal”, met slechts één kleine afwijking: hij maakt zich zorgen over de Antichrist.
Die zelfomschrijving is misleidend in haar bescheidenheid. Thiel is geen randfiguur, maar een centrale spil in het Amerikaanse machtsnetwerk dat vandaag politieke en technologische macht verbindt. Hij was de eerste prominente techmiljardair die Donald Trump openlijk steunde in 2016 en fungeerde als mentor van de huidige Amerikaanse vicepresident JD Vance. Zijn ideeën zijn allesbehalve marginaal.
Thiel kwam in Parijs zijn politieke ideeën uit de doeken doen en spreken over de “Antichrist”. Wat Thiel onder de Antichrist verstaat, heeft weinig te maken met sciencefiction of kunstmatige intelligentie. Voor Thiel is de Antichrist iedereen die alarm slaat over klimaatverandering, nucleaire dreiging of de schadelijke effecten van sociale media, omdat dergelijke angsten volgens hem worden ingezet om een wereldregering en verregaande regulering te rechtvaardigen.
Het is libertarische apocalyptiek: elke vorm van collectieve regulering wordt hervertaald als existentiële bedreiging. In die logica is niet de macht van techbedrijven gevaarlijk, maar degene die die macht wil inperken.
Wie Thiels werk kent, weet dat zijn scepsis tegenover democratie fundamenteel is. In essays en interviews betoogt hij dat vrijheid en democratie onverenigbaar zijn. Hij dateert dat conflict expliciet vanaf het moment dat vrouwen stemrecht kregen, een onthulling die weinig aan de verbeelding overlaat over zijn ideaalbeeld van de samenleving.
In zijn essay Zero to One verdedigt hij openlijk een elitair bestuursmodel: een oligarchische orde geleid door een kleine, homogene groep, bij voorkeur rijke mannelijke ondernemers, die boven de massa staat. Democratie vertraagt volgens hem innovatie; monarchie is efficiënter.
De uitnodiging kwam er op initiatief van de Franse filosofe Chantal Delsol, bekend om haar conservatieve katholieke denken en haar pleidooi voor samenwerking tussen rechts en radicaal-rechts. Binnen de Franse context is zij geen neutrale figuur: ze speelde eind jaren negentig een sleutelrol in het normaliseren van samenwerking met het Front National en keert zich al jaren tegen progressieve interpretaties van democratie en mensenrechten.
Wat zich in Parijs afspeelde, was geen curiositeit of intellectueel experiment, maar een ontmoeting tussen macht en legitimering. Wanneer academische instellingen ruimte maken voor figuren die democratie delegitimeren en regulering demoniseren, dan fungeren zij niet langer als kritische fora, maar als doorgeefluiken van macht. Dat juist Delsol iemand als Thiel uitnodigde om te spreken over democratie, is dan ook geen toeval maar een signaal.
Bron
Raphaëlle Bacqué, “Peter Thiel comes to Paris to speak about the Antichrist”, Le Monde, gepubliceerd op 26 januari 2026 (Parijs).

