Wat ik mag, mag jij niet.
In naam van efficiëntie en meritocratie willen Zuhal Demir en haar partij, de N-VA, het academische leven beperken tot een strak keurslijf. Studenten die niet binnen de vooropgestelde jaren hun diploma behalen, riskeren hun inschrijving en studiefinanciering te verliezen. De boodschap: falen mag niet, twijfelen is tijdverlies. Maar als we een blik werpen op de studiedossiers van de N-VA-kopstukken zelf, wordt het pijnlijk duidelijk dat een aantal van hen hebben geprofiteerd van heel veel tijd, ruimte en herkansing.
Bart De Wever begon aan rechten maar stapte over naar geschiedenis en deed er in totaal zo'n drie jaar langer over dan voorzien. Ben Weyts zwierf negen jaar rond in de politieke wetenschappen. Matthias Diependaele deed acht jaar over zijn rechtenstudie aan de KU Leuven, een traject dat normaal vijf jaar duurt. Geen van hen heeft zich ooit publiekelijk verontschuldigd voor die extra tijd, integendeel: ze dragen hun vorming als een ereteken.
En daar wringt het. Ultrarechtse politici hebben zelden moeite met regels, zolang ze die niet op zichzelf moeten toepassen. Ze verkondigen tucht en orde, maar vergeten hun eigen afwijkingen. Ze hebben geen probleem met het snijden in sociale voordelen, zolang hun parlementaire weddes en pensioenregelingen ongemoeid blijven. Ze beweren dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is, terwijl ze zelf scheiden, hertrouwen of kinderen opvoeden in constructies die ze bij anderen moreel afkeuren.
Dit patroon is geen toeval. Het is partijdogma: ze beschouwen hun eigen successen als verdiend en universeel geldig, en de struikelingen van anderen als zwakte of misbruik. Ze hebben een diepe wantrouwen tegenover keuzevrijheid, behalve wanneer het hun eigen keuze betreft. De eeuwige student is niet het probleem, hij is het symbool van wat zij haten: twijfel, zoekende identiteit, het recht om anders te zijn, buiten de pas te lopen.
De ironie is dat de universiteit bij uitstek een plek moet zijn waar ruimte is voor omwegen, verdieping, en zelfs mislukking. Onderwijs als levensfase, niet als lopende band in een fabriek. De hypocrisie van politici die zelf in die ruimte hebben kunnen ademen, maar nu de zuurstof willen afknijpen voor anderen, is niet alleen stuitend. Ze verraadt iets diepers: angst voor vrijheid, en het verlangen om het leven van anderen in te perken tot een kopie van hun eigen opgekuiste biografie.
De aanval op de eeuwige student is dus geen kwestie van budget of efficiëntie. Het is een aanval van mensen die zichzelf alle ruimte gunnen, maar diezelfde ruimte niet willen toestaan aan een ander.

